Catalogi

 

 

KEES BARTEN - SCHILDERIJEN
Tentoonstelling in 'Atelierhaus Aachen'
24 november-22 december 2002

Met deze tentoonstelling gaat voor mij een lang gekoesterde wens in vervulling. Het werk van mijn kennis, of beter vriend Kees Barten gaat niet meer uit mijn gedachten. Steeds weer als ik zijn schilderijen zie is er dat sterke gevoel dat deze schilder en zeker zijn schilderijen mij zeer dierbaar zijn.

Kees Barten 1953 in Geleen geboren, studeerde kunst en kunstgeschiedenis aan de Akademie voor Beeldende Vorming in Tilburg. Sinds 1985 woont hij in een klein Limburgs dorp en heeft zijn atelier in Maastricht.

In eerste instantie treffen Kees Barten's werken door een schijnbaar onbenaderbare geslotenheid. Echter, deze eerste indruk van een eenvoudige, snelle, vrijwel monochrome - radicale 'alleen verf' schilderkunst is bedrieglijk en houdt bij nadere beschouwing geen stand. Snel wordt duidelijk dat zich achter de barrière van de monochromie enorm veel leven bevindt. Vanuit de ontelbare, flinterdunne en glacerend aangebrachte verflagen - soms meer dan honderd - openbaart zich associatief de hele geschiedenis van de aarde en het menselijke scheppen. Geologische elementen als steenkool, graniet, goud, barnsteen, rood geoxideerd ijzer, het blauw van ondiep water maar ook de textuur van oeroude verflagen, door generaties gebruikt leer, gepatineerd edelmetaal, geoogste akkers onder de grijze winterhemel van Limburg, komen in gedachten.

Maar al deze associaties die de kijker een subjectieve toegang tot een eerste begrijpen van Barten's kunst mogelijk maken zijn niet het doel van zijn schilderijen. Dàt komt veel eerder uit de basis van zijn leven. Kees Barten wil meer als zich op deze wortels beroepen. Doel van zijn meditatieve, bijna monomane manier van schilderen is zich door de radicale reductie en een steeds anoniemer wordend 'onpersoonlijk' schilderen te bevrijden van deze belevingswereld. Te komen tot een absolute, onpersoonlijke, bovennatuurlijke, tijdloze, objectieve schilderkunstige uitspraak. Alle verwijzingen naar het verhalende, maatschappelijke en politieke, ieder vermoeden van verwijzing moet uitgeschakeld worden. Alle sporen van het organische, van beweging of gebaar hebben geen betekenis meer. De verf heeft nog alleen betrekking op zichzelf en op zijn eigen realiteit. Zo ver mogelijk verwijdert Barten zich van zijn persoonlijkheid als schilder. Ritueel en geconcentreerd beperkt hij het opbrengen van de verf - zelf heeft hij het onpretentieus over het monotone schilderen van de huisschilder - tot een laag voor laag horizontaal en verticaal aanbrengen van de verfhuid. Formele voorstelling beperkt hij, indien al aanwezig, tot zich kruisende of herhalende lijnen die de stoffelijkheid van de kleurvlakken - in strikt compositorische zin - doorbreken en structureren. Zo ontstaan schilderijen die de indruk van verstreken tijd geven; die hun eigen wetten scheppen en pas dan als voltooid erkent worden als hun autonomie iedere verdere ingreep onmogelijk maakt.

Vreemd is alleen dat al dit passieloze purisme, deze consequente afstandelijkheid, dit schilderkunstig radicalisme en de koele gelaagdheid van het vlak de associaties van de eerste indruk niet doen vergeten: alles blijft behouden, de ervaring wordt geen grenzen gesteld. Kees Barten's werken zijn ten diepste menselijk en dat geeft ons de kans ze te begrijpen.


KEES BARTEN- SCHILDEREN ALS MEDITATIEF PROCES

De in de omgeving van Maastricht levende Nederlandse kunstenaar Kees Barten (1953) die aan de Akademie voor Beeldende Vorming in Tilburg studeerde schept in weken, deels maandenlange processen op zichzelf betrokken schilderijen. Zij danken hun uitstraling aan een bijzonder patina dat door het aanbrengen van vaak meer dan honderd dunne verflagen ontstaat. De gebruikte verf is zover verdunt dat de individuele lagen zo goed als geen spoor op het beeldoppervlak achterlaten. Pas door het grote aantal ontstaan schilderijen die zich door een bijzondere fascinerende 'kleurdiepte' onderscheiden. Bekijkt men de vaak monochrome schilderijen dan ziet men complexiteit en diepte van een schilderkunst de iets bijzonders inhoudt. De duisterheid en diepte van het oppervlak verleidt de beschouwer steeds weer opnieuw. Soms vindt de beschouwer een aanknopingspunt in verticale lijnen of gesuggereerde kruisvormen. Dit zijn geen verwijzingen naar geabstraheerde vormelementen maar dienen slechts als structurering van het oppervlak. Hoe kan echter de fascinatie beschreven worden die van de verschillende werken uitgaat? Die ligt vooral besloten in hun ontstaansgeschiedenis. Op het eerste gezicht zien de werken eruit als monochrome schilderijen die slechts uit één donkere, snel aangebrachte, verflaag bestaan. Niets is minder waar. Aan het maken van het schilderij gaat een langdurig proces vooraf. Ieder door Kees Barten gemaakt schilderij bestaat uit 100 tot 150 verschillende verflagen: "Hierdoor bouwt het schilderij zichzelf op. Door vergissingen en fouten wordt het individueel, organisch, ontstaat het idee van een huid."

Achter deze ongewone werkwijze gaat een opvatting schuil die voortkomt uit de omgeving waar Kees Barten sinds halverwege de jaren '80 leeft. Dit deel van Zuid-Limburg kenmerkt zich door een grote openheid en leegte van het landschap. Op plaatsen kun je kilometers ver kijken. Deze leegte leidde uiteindelijk tot de radicaliteit van zijn werk. Vroegere figuratie werd door abstractie verdrongen en uiteindelijk restte slechts de ruimtelijkheid van de kleur. De doeken werden - bepaald door de kleuren van de omgeving - minder kleurig en toenemend leeg. Meer als de helft van het jaar is het Limburgse landschap niet bont en kleurig maar onder een grijze hemel leeg en troosteloos. Dan gaan "door de weidsheid van het landschap de kleuren in elkaar over, alsof er geen onderscheid meer is tussen hemel en aarde."
Kees Barten is gefascineerd door deze leegte. "Je gaat er helemaal in op. Ik heb altijd geprobeerd deze leegte te schilderen. Mij werd duidelijk dat kleuren alleen maar afleiden van de grootsheid van het landschap en die wilde ik in mijn schilderijen stoppen", verklaart de kunstenaar.

Maar Kees Barten wil meer dan zijn gevoel voor zijn omgeving op het doek overbrengen. Ieder schilderij begint met een vermoeden dat in het schilderij een tastbare vorm krijgt. De schilderijen zijn voor hem het zichtbare resultaat van een proces dat voor het schilderen nog niet verwoordbaar was. Het schilderen maakt duidelijk wat voorheen nog niet als concreet idee bestond. Kees Barten begint daarom een schilderij niet vanuit een idee maar ontwikkelde een methode om schilderijen te laten ontstaan. "Ik mengde een druppel kleurstof in kleurloze binder. Iedere dag bracht ik een laag aan. Als ik dit lang genoeg zou volhouden moest het helemaal zwart worden. Het liep allemaal anders. Zoals later bleek gebruikte ik een binder van slechte kwaliteit. Bij het aanbrengen van iedere nieuwe laag loste iedere keer iets van de vorige laag op. Hiermee vertraagde het oorspronkelijk bedoelde proces. Ook het verslijten van de kwast beïnvloedde het proces. Er gebeurde van alles. Het gevolg was dat er iets ontstond wat ik tevoren niet kon bepalen. Het was een samen komen tussen mijn bijdrage en iets dat buiten mijzelf bestond. Een ontmoeting tussen mijn subjectiviteit en de objectiviteit van het materiaal. Op een manier stapte ik bijna uit mijzelf. Precies zover dat ik met mijn hand het vlies aanraakte tussen mij en een andere wereld."

Andreas Beumers (galeriehouder/verzamelaar)

 

Nederlandse kunstenaar vooral populair in Belgie
Schilderen is een vorm van meditatief proces

AIs de Nederlandse schilder Kees Barten aan het werk gaat, begint hij aan een groot 'avontuur'. Met de kwast gaat hij op weg, zonder te weten waar hij uitkomt. Uiteindelijk bestaan de monochrome schilderijen uit 100 tot 150 verdunde verflagen. Daarom duurt het soms maanden voordat een werk voltooid is en krijgt het proces een meditatief karakter. De bijzondere doeken zijn opmerkelijk genoeg vooral in België en Duitsland geliefd.

Raar eigenlijk. Kees Barten, een geboren en getogen Nederlandse kunstenaar geniet vooral in België en Duitsland bekendheid. Barten (48) huist in het Limburgse Berg en Terblijt en woont weliswaar precies tussen beide landen in, toch lijkt het hem maar niet te lukken in eigen land geaccepteerd te worden. Terwijl er toch dankzij hem meer beweging in de Zuid Limburgse kunstwereld is gekomen. "In de jaren tachtig was er voor kunstenaars in Maastricht helemaal niets. Eindhoven was de dichtstbijzijnde plek om te exposeren. Samen met diverse kunstenaars ging ik op zoek naar tentoonstellingsruimtes, werden stichtingen en verenigingen in het leven geroepen en uitwisselingen met het buitenland op poten gezet." Zo kwam contact tot stand met een galerie in Hasselt en Duitse kunstliefhebbers. "In België en Duitsland heerst een traditie van privé-verzamelaars. Mensen zijn gewend om geld te besteden aan beeldende kunst. Het geeft je een sociale status. Vanuit die traditie kopen zij veel meer schilderkunst. Ik heb het idee dat we die traditie in Nederland veel minder hebben. In Nederland is kunst waarbij wordt gebruikgemaakt van video's, installaties en dergelijke veel meer aan de orde. De Nederlandse kunstwereld is een van overheidswege gesubsidieerd circuit en draait vooral op musea en andere tentoonstellingsruimten."
Niettemin lijkt het erop dat ook de Nederlander langzaam belangstelling begint te krijgen. Enkele van Bartens werken waren bij een kunsthandelaar op de KunstRai en ArtTwente te zien. Over het algemeen is naar eigen zeggen de ernstige ondertoon van zijn werken bij Nederlanders minder in trek. "Van hen mag het allemaal war kleuriger en figuratiever."

VERSCHILLENDE LAGEN

En dat is bij Barten niet (meer) te vinden. Toch zijn de doeken bijzonder. Dat ligt hem met name in het ontstaan van de schilderijen. Op het eerste gezicht lijken de monochrome schilderingen, die vaak maar uit een of enkele donkere kleuren bestaan, snel gemaakt. Niets is minder waar. Voorafgaand aan de afronding van een doek vindt een heel proces plaats. Elk doek dat Barten produceert, bestaat uit verschillende lagen. Meestal tussen de 100 en 150. "Daardoor bouwt een schilderij zichzelf op. Door fouten en vergissingen krijgt het iets organisch en heeft een werk het idee van een huid."

Achter deze opmerkelijke werkwijze gaat een even opmerkelijke verklaring schuil, waarvoor Barten teruggaat in de tijd, naar de jaren tachtig.

MORBIDE

In 1985 verhuisde Barten van Tilburg waar hij studeerde aan de Academie voor Beeldende Vorming terug naar het Limburgse platteland en wel naar het gehucht Klein Welsden. "Dat was een hele verandering. Als je de poort uitkeek, zag je alleen maar leegte. Één grote vlakte en je kon kilometers ver weg kijken." Die leegte van dat landschap zorgde uiteindelijk voor een radicale verandering van zijn werk. Abstract verdrong de plaats van figuratief en het doek werd minder kleurrijk en steeds leger. Iets dat je niet zou verwachten als iemand inspiratie kan halen uit de prachtige natuur. "Nou, driekwart van het jaar is het niet kleurig en fleurig. Het klinkt misschien wat morbide, maar eigenlijk heeft het hier zeker in de winter iets enorm troosteloos. Het is leeg en grauw. Alles heeft een grijsgroene kleur, is verdord en de lucht is grijs. Omdat je zo ver weg kunt kijken, loopt bijna alles in elkaar over. Dus is er bijna geen verschil."

Die leegte fascineerde Barten enorm. "Je verdwijnt er helemaal in. Juist die leegte heb ik altijd proberen te schilderen. Ik merkte dat kleuren alleen maar afleidden in dat overweldigende landschap. lk wilde naar iets absoluuts toe. Ik keek in dat landschap en merkte dat er iets was dat groter was dan mezelf. Dat wilde ik in mijn schilderijen krijgen", probeert de kunstenaar uit te leggen.

Hij weet het niet goed onder woorden te brengen, wacht even en vervolgt zijn verhaal. "Ik merkte dat, als ik vanuit een idee begon te schilderen, het altijd kleiner werd dan mezelf. Terwijl ik juist iets in mijn werk wilde dat mijzelf oversteeg. Dat kreeg ik alleen maar door op een bepaalde manier vóór mijn woorden en gedachten te komen." Een voorbeeld maakt duidelijker wat Barten bedoelt: stel, iemand heeft een bepaald gevoel of gedachte en schrijft dat op of maakt er een schilderij van. De bedoeling van Barten was om juist op dat punt te komen, voordat het een gedachte wordt. "Dus dat het schilderij iets is en dat ik pas achteraf kan zien wat het is. Zodat ik er dan pas woorden aan kan geven. Op het doek moet iets gebeuren wat ik niet bedacht heb. Maar hoe doe je dat in godsnaam?", vraagt Barten zich af. Het antwoord volgt snel: "Wat je kunt doen is niet naar aanleiding van een idee gaan schilderen, maar een methode ontwikkelen om een schilderij te maken. Wat ik ben gaan doen is enkele druppels zwarte inkt mengen met kleurloze binder. Elke dag verfde ik een laag op het doek. lk dacht, als ik het maar lang genoeg volhoud, wordt het wel een keer helemaal zwart." Dat duurde wel wat langer want de binder bleek niet van goede kwaliteit. Bij het schilderen van een nieuwe laag, werd steeds een beetje van de oude laag weggevaagd, wat het proces vertraagde. Bijkomend gevolg was dat de kwasten begonnen te verslijten, waardoor de verf ook weer anders uitpakte. "Er gebeurde van alles. Ik kreeg iets dat echt ontstaan was. Zonder dat ik het van tevoren wist. Het was een soort ontmoeting tussen mijn inbreng en war daarbuiten gebeurde. Dus een ontmoeting van mijn subjectiviteit en de objectiviteit van het materiaal. Op een bepaalde rnanier trad ik bijna buiten mezelf. Net niet, maar ik raakte wel met m'n hand de glazen plaat die tussen mijn wereld en die van jouw zit."



MEDITATIEF

Vandaar ook dat van Bartens werken gezegd wordt dat ze een meditatief karakter uitstralen. Frank Hendrickx van galerie Il Ventuno in Hasselt, waar ruim tien doeken van Barten hangen: "Het is knap werk met een bijzondere gevoeligheid. Door de vele lagen krijgt het iets meditatiefs. Ik sta er helemaal achter."

Barten: 'Ja, vooral in die tijd waren dat enorme meditaties. Iedere dag gewoon keurig een laag aanbrengen. lk smeerde net zo lang totdat het droog was. Dat kon uren duren. Eigenlijk was het dom werk. Het liefst had ik gewoon het uitzendbureau gebeld om iemand te sturen die dat voor me deed. Want op den duur word je er helemaal gaar van. Enkele jaren heb ik het vol gehouden. Toen dacht ik, er moet iets gebeuren, ik word helemaal gek. Filosofisch gezien klopte het allemaal wel en het was ook heel bijzonder. Maar ik moest gewoon weer zelf het initiatief nemen", verklaart Barten. De kunstenaar praatte daarom met vakgenoten over zijn werk en nodigde mensen uit in zijn atelier. Iemand vertelde hem dat hii naar Toscane moest gaan en elke kerk binnenlopen om er achter te komen waarom mensen ooit zijn gaan schilderen. Barten volgde het advies op. Die reis naar Italië die in het begin van de jaren negentig plaatsvond betekende een nieuwe fase in het werk van de kunstenaar. Een nieuwe fase, terwijl de doeken nagenoeg hetzelfde zijn gebleven, zo blijkt uit het huidige werk. "Inderdaad, de lagen zijn gebleven. Het idee is hetzelfde maar wordt op een andere manier gevormd. Het is persoonlijker geworden. Voorheen waren de werken zo absoluut. lk ontwikkelde een methode, maar was daar op een gegeven moment een gevangene van. De schilderijen die er uitkwamen bevielen me enorm goed. Maar waar het me om ging was dat ik terug moest naar mezelf. Dat ik degene ben die de schilderijen maakte."

Sommige mensen echter relateren Barten monochrome werk aan de sluiting van de steenkolenmijnen eind jaren zestig. Barten groeide op met de 'romantiek' van de mijnwerkers. In zijn geboorteplaats Geleen werkte vrijwel iedereen in de steenkolenmijn. "Het was een drama toen de mijn dichtging. Het feit dat ik donker schilder, heeft wellicht met mijn jeugd in het mijngebied te maken. Maar de link is heel oppervlakkig."

ONTSPANNEN

Voor Barten is schilderen een waar 'avontuur'. "Je gaat op weg en weet niet waar je uitkomt. Eigenlijk zit er geen eind aan m'n schilderij. Maar op een bepaald moment houd ik er mee op. Of ik ga er een jaar later weer mee verder." Soms echter wordt het teveel en heeft de kunstenaar de behoefte aan heel ander soort werk. "Af en toe moet ik een bos bloemen of portret aquarelleren. Even ontspannen. Want op een gegeven moment zit dat monochrome werk me tot hier (wijst boven z'n hoofd, red.) en wil ik figuratief schilderen. Maar na enkele weken denk ik altijd, 'nee, dit is toch ook niets'."